Convolutional Neural Networks (CNN’s) hebben computer vision sterk veranderd. Ze zijn geïnspireerd door de menselijke visuele cortex en leren kenmerken stap voor stap — van lijnen tot volledige objecten.
De convolutionele lagen gebruiken filters om patronen te vinden in beelden, terwijl poolinglagen de data verkleinen om sneller en efficiënter te werken.
Belangrijke mijlpalen in de evolutie:
Tegenwoordig worden CNN’s vooral gebruikt via transfer learning, waarbij bestaande modellen (zoals ResNet of Xception) worden aangepast aan nieuwe taken. Ze vormen de kern van toepassingen zoals classificatie, objectdetectie en segmentatie.
How_Computers_Learned_to_See.mp4
CNN’s zijn gebaseerd op inzichten uit de visuele cortex van het brein:
Deze opbouw maakt dat het brein eerst basisvormen herkent (lijnen, hoeken) en die vervolgens samenvoegt tot objecten. CNN’s bootsen dit proces na.